Effectieve schizofrenie. Boeken in De Wereld Draait Door

‘Cultuur vindt over het algemeen zijn weg in programma’s als Opium, Kunststof. Prachtig gemaakte programma’s, maar voor een kleiner publiek. Wij hebben nou net de luxe en ik vind ook zelfs de plicht, om de hogere cultuur als opera, poëzie, literatuur, te brengen voor een miljoenenpubliek,’ zo beschrijft Van Nieuwkerk in een interview met Frénk van der Linden de rol van De Wereld Draait Door (DWDD) in het Nederlandse culturele (televisie)landschap. In rubrieken als ‘Het boek van de maand’ of Zwagermans regelmatige ‘colleges’ over beeldende kunst biedt DWDD inderdaad een podium voor hogere cultuur, maar in tegenstelling tot traditionele kunstprogramma’s schenkt DWDD ook regelmatig aandacht aan bijvoorbeeld André van Duijns ‘Animal crackers’, oftewel aan de lagere cultuur.

Door Bart Geurden

Bas Heijne stelt in zijn essay Echt zien. Literatuur in het mediatijdperk dat de invloedsfeer van de elite, van traditionele instituties als overbrengers van de ‘goede smaak’, tegenwoordig slechts beperkt is. DWDD bereikt daarentegen dagelijks een massapubliek. De rol van het programma binnen de cultuuroverdracht is daardoor moeilijk te onderschatten. Is er een bepaald patroon in de omgang met fictie van DWDD?

Literatuur in DWDD

In 2012 wordt er in DWDD in elf uitzendingen een item specifiek gewijd aan fictie en auteurs die fictie schrijven – twaalf keer als we Maarten ’t Harts optreden in ‘De Jakhalzen’ meerekenen, maar strikt genomen staat hier ‘t Harts liefde voor sla meer centraal dan zijn literaire palmares. Optredens van schrijvers in een andere rol, bijvoorbeeld van Adriaan Van Dis als tafelheer, en terloopse referenties aan fictie(auteurs) laat ik hierbij buiten beschouwing.

DWDD besteedt om uiteenlopende redenen zendtijd aan fictie. In de eerste plaats zijn literaire campagnes als de Boekenweek, Gedichtendag en prijzen als de Nobelprijs aanleiding om schrijvers uit te nodigen. Ook is er een maandelijkse, literaire rubriek, genaamd ‘Het boek van de maand’, waarin vier boekhandelaren fictie en non-fictie van hun gading selecteren en aanprijzen. Auteurs – Heleen van Royen, Herman Brusselmans en debutant Özcan Akyol – worden uitgenodigd om een pas verschenen werk te bespreken en ten slotte is er aandacht voor Chad Harbachs The Art of Fielding.

Van Royen, Brusselmans en Akyol komen aan het woord naar aanleiding van een recent verschenen roman, of, in het geval van Akyol, een nog te verschijnen roman. Het werk blijkt in de interviews echter van ondergeschikt belang. Er wordt wel inhoudelijk over de boeken gesproken, maar uitsluitend voor zover die inhoud overeenkomt met het ‘echte’ leven van de auteur. Van Royen keuvelt over haar ‘GBF’ (Gay Best Friend), Brusselmans spreekt met dodelijk serieuze ironie over zijn gebroken hart en zijn zelfverkozen celibaat en Akyol onthult zijn schemerige verleden en zijn ontdekking van de hogere literatuur binnen de wanden van de bajes. Van Nieuwkerks vragen zijn specifiek gericht op de vaak smeuïge autobiografische anekdotiek, die deze auteurs met verve weten op te dissen. Dat het boek zelf secundair is, wordt treffend geïllustreerd wanneer Akyol opmerkt dat zijn roman amper ter sprake is gekomen: in tegenstelling tot Peter R. de Vries in een eerder seizoen, blijkt hij daar niet het geringste probleem mee te hebben.

Sportboeken

Een op het eerste oog vreemde eend in DWDD’s literaire bijt is The Art of Fielding. Om deze roman, die zich afspeelt tegen de achtergrond van het Amerikaanse collegebaseball, te bespreken, schuiven Mart Smeets en Jan Donkers aan. Voor Smeets, Donkers en Van Nieuwkerk liggen stapels beduimelde boeken: sportromans en sportjournalistieke teksten uit eigen bibliotheek. Harbachs roman blijkt gaandeweg het gesprek een opstapje naar andere sportgerelateerde boeken.

De keuze voor Smeets en Donkers is opmerkelijk. Hun belangrijkste expertise ligt namelijk op het vlak van sport en de cultuur van de Verenigde Staten; niet op het vlak van literatuur. Baseball en de Amerikaanse cultuur bepalen dan ook het idioom, waarin de roman besproken wordt – autobiografische gegevens van de auteur zijn in dit gesprek overigens slechts een vluchtige voetnoot.

Barbaars

Deze benaderingswijze van literatuur past als een carbonafdruk op de beschrijving die Alessandro Baricco, in zijn essay De barbaren, geeft van de ‘barbaarse’ omgang met literatuur. Deze Italiaanse essayist stelt dat voor de barbaar het boek geen op zich staande ervaring vormt, maar een link naar andere ervaringen biedt, in dit geval naar andere boeken. Bovendien bepaalt de barbaar de waarde van een boek aan de hand van de ‘hoeveelheden wereld’ die door het boek heengaan; het boek vormt dus geen gesloten, literaire ervaring, maar is onderdeel van een sequentie: een slechts tijdelijk rustpunt in een continue reis langs the surface of things.

De wijze waarop The Art of Fielding onder de aandacht wordt gebracht is kenmerkend voor DWDD. Het is een sportroman met allerhande referenties aan hogere cultuur, als Melville, Schiller en Homerus. Met andere woorden: een boek dat de ‘taal’ kent en spreekt, die gevormd wordt door auteurs waarvan de literaire waarde buiten kijf staat. Die taal is echter niet de taal waarin het boek in DWDD besproken wordt. In DWDD worden weliswaar deskundigen uitgenodigd, maar niet de deskundigen van de traditionele instituties, als literaire critici. Smeets en Donkers zijn deskundigen in de taal van de werelden die zich ‘door het boek heen’ aandienen, bijvoorbeeld die van baseball. In deze aanpak openbaart zich het doelmatige, gespleten karakter van DWDD: het is een bonanza, om een woord uit het idiosyncratisch vocabulaire van Van Nieuwkerk te gebruiken, van high, low and middle brow, een soort succesvolle schizofrenie tussen elitair en barbaars.

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.