‘We hebben Annie Romein met volle glorie bij het feministisch kabinet gezet’. De Opzij Literatuurprijs

Oprichter van Opzij Hedy d’Ancona en huidig hoofdredacteur van het maandblad Margriet van der Linden zijn het eens. Bij de uitreiking van de Opzij Literatuurprijs in de uitzending van Opium van 5 mei 2012 stellen ze dat het ‘literair seksisme’ nog altijd hoogtij viert. Zelden gaat er een grote literaire prijs naar een vrouwelijke auteur. Daar moet verandering in komen.

door Laurence de la Porte

Sinds 2007 wordt de Opzij Literatuurprijs daarom niet meer uitgereikt aan een schrijfster die met haar werk de vrouwenbeweging vooruit helpt, maar wordt het beste boek van een vrouw bekroond dat in dat jaar is verschenen. Ook de frequentie verandert: van een tweejaarlijkse trofee wordt het een jaarlijkse prijs. De Opzij Literatuurprijs moet op deze manier als tegenhanger dienen van de Libris Literatuurprijs, de AKO Literatuurprijs en de P.C. Hooft-prijs. Van der Linden: ‘Zo wint er in ieder geval elk jaar tenminste één vrouw een literaire prijs.’ De hoofdredactrice beweert verder stellig dat nu zij aan het roer staat, de Opzij Literatuurprijs niet alleen anders heet, maar vooral anders ís.

In 1979 werd de onderscheiding opgericht onder de naam Annie Romeinprijs, vernoemd naar Annie Romein-Verschoor. Samen met de naam, heeft Van der Linden naar eigen zeggen ook het feministisch karakter van de prijs veranderd. Waar eerst de vrouwenbeweging gesteund of vooruit geholpen moest worden, wordt nu geen eis meer gesteld aan een feministische boodschap van een schrijfster. ‘Sinds ik vier jaar geleden bij Opzij kwam, heet de prijs de Opzij Literatuurprijs. Annie Romein hebben we met volle glorie bij het feministisch kabinet gezet.’ Hedy D’Ancona voegt daar nog aan toe dat de feministische boeken in de jaren zeventig ‘werden verslonden door vrouwen die geïnteresseerd waren in de emancipatoire boodschap. Dat is nu niet meer nodig.’

Niet meer nodig?

Toch valt te betwijfelen of de feministische boodschap niet meer nodig is. Zo schreef de Volkskrant dat de arbeidsparticipatie van vrouwen stokt. Vrouwen werken minder, en verdienen minder geld dan mannen. (Ook binnen de literatuur; zo staat bijvoorbeeld in dit artikel dat nog altijd de mannen de bestsellerlijsten domineren.) Ook maakt Van der Linden haar rol wel erg groot. De voormalige Annie Romeinprijs is niet door haar komst veranderd. Dat is de uitkomst van een veel langer proces. 

Feminisme

In de jaren zeventig en tachtig was de trofee inderdaad bestemd voor ‘echte’ feministen. In 1979 werd de prijs uitgereikt aan feministe van het eerste uur, Joke Smit. Zij schreef onder meer in 1967 Het onbehagen bij de vrouw, een van de eerste essays van de Tweede Feministische Golf. De winnaressen na Smit kregen allen de Annie Romeinprijs voor hun rol in de ontwikkeling en vernieuwing van de feministische beweging. Onder meer Renate Dorrestein, Andreas Burnier en Hannes Meinkema ontvingen de prijs omdat hun werk bijdroeg ‘aan de ontplooiing, bewustwording en emancipatie van vrouwen.’ Tijdschrift Lover wordt in het juryrapport van de Annie Romeinprijs zelfs bekritiseerd, omdat het niet provocerend of gedurfd is; het tijdschrift mag zich wel wat minder bescheiden opstellen.

In de jaren negentig vindt er een kentering plaats. In 1995 krijgt Hella Haasse de Annie Romeinprijs voor haar oeuvre, terwijl zij in haar essay ‘Het beeld in de spiegel’ kritiek uit op het feministisch schrijven. Dat is in haar ogen te beperkt om tot goede literatuur te komen. Haasses werk is dan ook niet expliciet feministisch. Als in 1999 de Annie Romeinprijs aan Marga Minco wordt toegekend, rept de jury eveneens met geen woord over de feministische aspecten in haar oeuvre. Waar tijdschrift Lover eerder nog wordt aangevallen op een bescheiden opstelling, wordt Minco daar juist voor geprezen. ‘Deze joodse schrijfster heeft niet de pretentie gehad dé oorlog te beschrijven, of hét joodse leed. Bescheiden en terughoudend beschreef ze in 1957, als een van de eersten in Nederland, wat ze had meegemaakt.’

Vrouwelijke auteurs hoeven dus niet meer hun bh te verbranden of op de barricaden te staan om de Opzij Literatuurprijs te verdienen. Maar dat komt niet door de komst van een nieuwe hoofdredacteur. Het is het eindstation van een veel langere ontwikkeling.

Antifeminisme?

De ‘vernieuwde prijs’ werpt trouwens wel wat vragen op. Zou bijvoorbeeld een door een vrouw geschreven roman, die kwalitatief sterk is, maar een antifeministische boodschap heeft, kunnen winnen? Kan een vrouwelijke auteur ook schrijven over het genot van lekker koken, stofzuigen en thuisblijven bij de kinderen?

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.