‘De premier gedenkt hem!’ Necrologieën van de Grote Drie

Harry Mulisch werd na zijn overlijden in oktober 2010 door zowel de kranten als op de televisie groots geëerd; zelfs de premier sprak een aantal woorden tot de overledene, alsof er een staatsman of monarch was overleden. Een dergelijke herdenking viel Hermans (1995) en Van het Reve (2006) niet te beurt. Was dat het gevolg van een verandering in het medialandschap? Of had Mulisch een andere status dan de andere twee Groten en werd hij meer herdacht als BN’er dan als auteur?

door Eddy van Kuppevelt

De berichtgeving rondom het overlijden van De Grote Drie – Hermans, Van het Reve en Mulisch – kent een aantal opvallende verschillen. Trouw constateerde een aantal dagen na het overlijden van Van het Reve dat er een ‘mediacircus was losgebarsten’, en Jeroen Vullings stelde in Vrij Nederland dat ‘Mulisch’ dood alras het postuur van een nationaal verlies had aangenomen’. Nu werd het overlijden van Hermans ook niet weggemoffeld, maar de verschillen met het overlijden van Mulisch zijn toch opvallend. De Volkskrant wijdde in de week na Hermans’ overlijden vier artikelen aan de overledene en in de week na het overlijden van Mulisch werden er maar liefst tweeëntwintig artikelen over diens hemelgang in de krant gepubliceerd; over Van het Reve waren dat er zelfs vijfentwintig.

 

Volksschrijvers

Vullings concludeerde naar aanleiding van alle media-aandacht dat ‘Mulisch van deze Grote Drie pas de ware volksschrijver blijkt’. Op basis van het aantal artikelen uit onder meer de Volkskrant en Trouw kunnen we inderdaad een vergrote media-aandacht voor Van het Reve en Mulisch aantonen. De vraag blijft echter wel in hoeverre die aandacht iets zegt over ‘het al dan niet van het volk zijn’. Voor Van het Reve werden immers ook veel artikelen gevonden; volgens die redenering zou je dus ook hem als volksschrijver moeten bestempelen.

Wat wel zeker is, is dat Mulisch de media bepaald niet schuwde en zich vaak aan ‘het volk’ aanbood, of zoals Vullings het formuleerde: ‘Hij schreef niet meer, hij verscheen vooral: van het Boekenbal tot televisieprogramma’s die eigenlijk ver onder zijn niveau waren.’ Mulisch was, met andere woorden, een medialieveling, veel meer dan Van het Reve en Hermans dat waren.  

Human interest

Het overlijden van Van het Reve en Mulisch kreeg dus veel meer aandacht dan dat van Hermans. Bij een vergelijking van Van het Reve en Mulisch zien we dat het soort berichtgeving verschuift: waar bij de eerste direct na het overlijden vooral biografische informatie werd gepubliceerd (geboorte- en sterfdatum, oeuvre, thematiek, gewonnen prijzen), werd er bij Mulisch direct voor een human interest-benadering gekozen: het ging niet zozeer om het nieuws dat Mulisch was overleden, het ging veeleer om de BN’er Mulisch die was heengegaan. De Volkskrant opende dan ook met een collage aan artikelen waarin vrienden, hoogleraren en collega-schrijvers in ongeveer driehonderd woorden een ode aan de auteur brachten. Vergelijk dit met de berichtgeving in De Telegraaf: die hield het bij alle Drie alleen op de feitelijke, biografische informatie.

Kijkend naar het aantal artikelen kun je dus voorzichtig stellen dat Van het Reve en Mulisch in een ander medialandschap zijn gestorven dan Hermans. Gezien het toenemende human interest-karakter van de berichtgeving in bijvoorbeeld de Volkskrant lijkt Mulisch meer als een mediapersoonlijkheid herinnerd te worden; zijn begrafenis werd zelfs op televisie uitgezonden. De andere Grote Twee zullen eerder onze herinnering ingaan als auteurs die in mindere mate deelnamen aan het moderne mediacircus.

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.