Literatuur blijft centraal in persoonsgerichte aandachtseconomie. Necrologieën van Meijsing en Komrij

In onze huidige beeldcultuur gaat de aandacht vaak uit naar personen in plaats van ideeën, een tendens die ook in de omgang met literatuur zichtbaar is. Schrijvers spreken niet enkel via hun boeken tot hun lezers, maar worden geacht hun werk persoonlijk te presenteren in de media. De titel van het op 22 december 2012 gepubliceerde Trouw-interview met Gerbrand Bakker, ‘”Help, ik moet naar De Wereld Draait Door”‘, spreekt boekdelen. Is deze interesse voor de persoon achter het geschrevene ook duidelijk in de media-aandacht rondom het overlijden van schrijvers?

door Tineke Wolting

Recent onderzoek naar de necrologieën van Doeschka Meijsing en Gerrit Komrij wijst uit dat dit niet het geval is. De schriftelijke landelijke media besteedden vooral aandacht aan de literaire carrière van deze auteurs. Zo kwam naar voren dat 66% van de woorden in Meijsings necrologieën besteed werd aan opmerkingen over de inhoud van haar werk: plot, stijl, belangrijke thema’s, en in welke literaire stromingen ze geplaatst kan worden. Voor Gerrit Komrij was dat percentage 62%; een extra opvallend resultaat aangezien hij een publiek figuur was in Nederland, een polemist wiens mening en persoon vaak in de media naar voren kwamen.

Werk versus leven

De geschreven media gaan verschillend om met het overlijden van Meijsing en Komrij. Kwaliteitsbladen waarin veel aandacht voor cultuur is, zoals De Groene Amsterdammer, NRC Handelsblad, Volkskrant en Trouw, besteden over het algemeen meer aandacht aan de dood van de schrijvers dan bladen die niet bekend staan om cultuurjournalistiek – De Telegraaf, Algemeen Dagblad, en Elsevier. De eerstgenoemde categorie bladen schrijft veel over het werk van de overledene, terwijl bladen zonder een specifiek culturele inslag het vaker hebben over het privéleven van de gestorven auteurs.

Dat de aanpak voor het schrijven van een ‘in memoriam’ erg uiteenloopt, demonstreren de stukken uit De Groene Amsterdammer en De Telegraaf over Doeschka Meijsing uitstekend. In eerstgenoemd blad geeft Marja Pruis een genuanceerde beschouwing over Meijsings vroege werk, dat essentieel was voor haar latere succesvolle romans. In De Telegraaf bespreekt Annet de Jong de affaire van Meijsings partner Xandra Schutte, de problematische relatie met haar broer, de schrijver Geerten Meijsing, en haar drankprobleem.

Het leven en het werk van Meijsing en Komrij krijgen dus beide aandacht in het scala aan Nederlandse bladen, maar gemiddeld genomen worden er meer woorden besteed aan literatuur (66%-62%) dan aan de persoon die het geschreven heeft (24%-25%). Dat bladen waarin niet veel wordt ingegaan op cultuurjournalistieke onderwerpen vaak geen of weinig aandacht besteden aan het overlijden van een literaire schrijver, verklaart dit. De meeste bladen die er wel voor kiezen om uitgebreid stil te staan bij de dood van schrijvers doen dat werk-inhoudelijk.

Korte reacties

Naast de grotere ‘in memoriam’-stukken over het leven van de twee auteurs, zijn er ook kleinere artikelen gepubliceerd in de cultuurjournalistieke kwaliteitsbladen, zoals reacties van bekende Nederlanders op het overlijden, bibliografische gegevens, of aandacht voor specifieke interesses van de overledene. De helft van deze perifere artikeltjes is persoonsgebonden in plaats van werkgebonden. In de cultureel geïnteresseerde media is er dus wel degelijk aandacht voor de schrijver als persoon, maar dit staat niet centraal.

Alle aandacht in de schriftelijke media in acht genomen, blijkt dat de omgang van de media met hedendaagse literatuur niet beperkt is tot het kijken naar de schrijver als persoon. Er is inhoudelijke aandacht voor literatuur in de Nederlandse media.

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.